Over deze cognac:
Bons Bois is één van de officiële
crus (herkomstzones) binnen de Cognac-appellatie maar is minder gekend. Onbekend is onbemind? In termen van oppervlakte is het een vrij verspreide zone en ze loopt op sommige plekken door tot dichter bij de Atlantische invloed. De bodem biedt veel variatie (meer klei, zand en gemengde bodems; minder homogeen krijt dan in Champagne-crus) en er is meer maritieme invloed. Met deze selectie zetten we de goede eigenschappen van deze minder toegankelijke cru extra in de verf!
Over de producent:
Hoewel het huis Chollet in de Cognacstreek niet tot de alleroudste dynastieën behoort, doet dat niets af aan zijn geloofwaardigheid—integendeel. Het begint in 1952: Jacques en Jeannine Chollet, pas getrouwd, vallen voor een kleine landbouwuitbating aan de poorten van Cognac, in Boutiers-Saint-Trojan. Een tiental hectare, zo’n 80 perceeltjes, maar nauwelijks wijnstokken. Met hun jeugdige moed en twee krachtige trekpaarden—Mirka en Baillard—bewerkten ze de grond, maar dat alleen volstond niet om het gezin te laten draaien. Jacques (vechter, optimist én rugbyspeler) wist dat er geïnvesteerd moest worden. Dus kwamen er runderen, varkens… en vooral: er werd wijngaard aangeplant. Stap voor stap groeide het domein, gedragen door werk, koppigheid en een duidelijke overtuiging: kwaliteit komt niet uit geluk, maar uit toewijding. Jaren later—na eindeloos veel inzet—zetten Jacques en Jeannine ook hun eigen distilleerderij op. En vandaag staat het huis trots verder, met de volgende generatie aan het roer: de twee zonen Bertrand en Christophe, die Chollet richting toekomst blijven sturen, zonder het fundament van het verhaal uit het oog te verliezen.
Tasting-notes:
Neus: Rijk en gelaagd, meteen gekonfijte abrikoos en gedroogde vijg, gevolgd door appelcompote en mirabel. Daaronder een warme patisserie-toets: brioche, vanillepudding en een hint sinaaszeste. Na wat tijd in het glas komen bijenwas, walnoot, zachte pijptabak en een elegante kruidigheid (witte peper, beetje kaneel) naar boven. Het hout is aanwezig maar mooi geïntegreerd: eerder gepolijst dan “tannine”.
Smaak: Vol en zijdeachtig, met die typische Bons Bois-ronde fruitkern: gebrande appels, stoofpeer en gedroogde perzik. Daarna wordt het donkerder en complexer: toffee, hazelnootpraliné, cacao en een toets zwarte thee. Er zit een fijne spanning tussen zoet fruit en kruidigheid, met een licht wijnachtig randje dat voor extra diepte zorgt. Alles blijft mooi in balans—geen bitterheid, geen “over-oak”.
Finish: Lang, verwarmend en rustig uitdovend. Kandijsuiker, sinaasappelolie, noten, wat ceder en een subtiele rancio-achtige nuance (paddenstoel/umami, heel verfijnd). Op het einde blijven zachte kruiden, tabak en fruitcake hangen.
Uitleg label:
Humus Noir, zwarte humus. Het label toont een hand die aarde laat wegglijden: een eenvoudige, krachtige ode aan de cru. Het zegt dat deze cognac niet begint in het vat, maar in de grond—terroir dat het karakter vormt, zeker in Bons Bois waar diversiteit en expressie centraal staan met een expleciet aromatisch pallet.